NVIDIA AVO tilt Opus 5 van 30% naar 100% op ARC-AGI-3

· opgehaald 22:17

NVIDIA’s Agentic Variation Operators (AVO) haalt 100% op de publieke ARC-AGI-3-set: alle 183 levels in 25 omgevingen. Claude Opus 5 alleen scoort 30,2%; in de AVO-architectuur (geheugen, supervisie, tools) wordt dat 100,00 RHAE, met 12% minder acties dan VISTA. Zelfde systeem deed eerder GPU-kernelwerk tot 10,5% boven FlashAttention-4 op DGX B200 — het punt is de agent-stack, niet alleen het model.

Op 21 augustus 2026 om 15:00 Brussels publiceert NVIDIA een technical blog: AVO, Agentic Variation Operators, scoort 100,00 RHAE op de publieke ARC-AGI-3-set. Dat is 183 levels in 25 omgevingen, in 6.624 environment-acties. VISTA met hetzelfde Claude Opus 5 deed 7.542 acties — AVO is ongeveer 12% zuiniger.

Het model alleen is niet het verhaal. Opus 5 als losse baseline staat op 30,2%. In AVO — persistente memory, supervisie en gespecialiseerde tools — wordt dezelfde capability een volledige run. NVIDIA’s punt: een model evalueren is iets anders dan een agent evalueren.

AVO is geen ARC-specifieke hack. Hetzelfde systeem verkende eerder meer dan 500 richtingen in GPU-kerneloptimalisatie, committe 40 kernelversies en kwam tot 10,5% boven FlashAttention-4 op DGX B200, zonder handmatige sturing.

The New Stack vat het samen: Opus 5 30%, in AVO 100%. ARC-AGI-3 is interactief en bewust hard voor naakte frontier-modellen; de 100% geldt de publieke set, niet per se de semi-private holdout.